Doornroosjes spinster en boze heks draaide er reeds mening maal aan haar wiel. Er staat rommel, zoals dat hoort, we kijken er niet op een spinnenweb meer of minder, en er is nog helemaal niks aan gerenoveerd. Kortom, het is dé gedroomde ruimte om nog iets leuks met te doen, zolang er nog geen vloer ligt die liever niet bekrast wordt, of er nog geen meubels staan die mooier zijn dan de vergeten herinneringen in dozen.
De zolderkamer. Ooit ons voormalige slaapkamer, voor we verhuisden naar het nieuwe deel, nu werkruimte van Meneer Veetjes slash strijkkamer van deze typende martelaar slash dressing slash opslagplaats en sinds kort ook de stiekkamer!
Er was niet veel voor nodig, wat schragen en een plank. Snel tevreden ben ik wel. Tot deze ochtend.
De nood tot net iets meer comfort drong zich vannacht plots op. Ik wou orde, netheid en veel werkruimte. Als een ingeving wou ik heel plots een tafel. Een grote, grijze, zoals die ene uit de stal van mijn ouders. Dat deelde ik ook ‘s nachts nog mee aan mijn lieve meneer V. Hij vond dit eveneens een heel goed plan, maar meer nog wou hij slapen.
Dus bij het eerste ochtendgloren en na een vroege telefoon, mocht ik de tafel halen. Geweldig strak op schema! De drang tot reorganiseren gleed gloeiend door me heen. De rommel die werd opgekraamd, gedeserteerde zaag- en boormachines werden weer tot manlief ‘s kant verwezen en alles werd in gereedheid gebracht voor de komst van die grote, houten tafel.
Maar toen, ja toen.
De tafel bleek te degelijk, met steunbalken vanonder. En erger nog, de achterdeur die bleek te smal. Dus door de steunbalken vanonder was kantelen niet mogelijk: de tafel kon er niet meer uit, tenzij er veel gevijs aan te pas kwam. Daar hadden we geen zin in, Meneer Veetjes nog het minst, op onze vrije dag. Dus zonder tafel maar met een sippe lip zeulde we Orkske (ons remorkske) weer mee naar huis. Niet volgens plan en niet goed voor mijn gemoed.
Maar toen, ja toen.
Wat heb ik nog meer als mijn wederhelft vandoen? Mijn ontgoocheling, die alle ruimte rondom me innam, was ook hem niet ontgaan. Ik ben geen bokker, maar een improviserende chaoot, die in planmatige buien een ballon rond zich kan spannen, wanneer het even tegenzit. Dit herkennende en mij ook kennende, dook Meneer Veetjes bij thuiskomst in ons eigen stalletje, diepte daar een stevige, grote plank op, spoelde ze af en sleurde ze naar boven. Tafellakentje en klaar. Zo, daar had ik het: mijn gewenste orde, de netheid en de werkruimte. Vink, vink, vink en een veetje voor de vrolijkheid!
Oja, en een kus voor die held van me. Hij heeft de dag gered.


Pictures by Veetje












